Rechtbank Noord-Nederland 07-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:314. Translated Text(District Court of Northern Netherlands 07-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:314)

5 February 2026

Essentie

Geadopteerde met hechtingsstoornis verzoekt herroeping van in Nederland uitgesproken adoptie/ aanpassing geboorteakte. Termijn ex art. 1:231, tweede lid BW is verstreken, maar rechtbank acht vasthouden daaraan in dit geval onverenigbaar met art. 8 lid 2 EVRM en verklaart verzoeker ontvankelijk. Inhoudelijk ontbreekt echter voldoende onderbouwing dat herroeping kennelijk in zijn belang is; onvoldoende komen vast te staan dat dit oplossing is voor zijn klachten; ook staan adoptiefouders open voor herstel. Afwijzing.
1Het procesverloop

 

1.1.

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend, dat door de rechtbank is ontvangen op 2 oktober 2025.

 

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2025. Daarbij waren verzoeker, de advocaat van verzoeker en de adoptiefouders aanwezig.

 

2De feiten

 

2.1.

Verzoeker is op [datum] geboren in [plaats] , Zambia.

 

2.2.

Bij beschikking van de High Court for Zambia (district [plaats] ) van 11 januari 1995 is (onder meer) bepaald dat de adoptiefouders geautoriseerd zijn om verzoeker te adopteren. In die beschikking is daarnaast bepaald dat verzoeker voortaan de naam ' [naam] ' zal dragen.

 

2.3.

Verzoeker staat sinds [datum] 1995 ingeschreven op het adres van de adoptiefouders in Nederland.

 

2.4.

Bij beschikking van de rechtbank Zutphen van 4 februari 1998 is de adoptie van verzoeker door de adoptiefouders uitgesproken en is vastgesteld dat de adoptiefouders hebben verklaard dat verzoeker de geslachtsnaam van de adoptiefvader zal dragen.

 

2.5.

Op [datum] 2025 heeft verzoeker zijn naam gewijzigd van ' [voornaam] ' naar ' [voornaam] '.

 

3Het verzoek, de standpunten en de beoordeling daarvan

 

3.1.

Verzoeker verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat de adoptie van verzoeker door de adoptiefouders zoals uitgesproken bij de beschikking van de rechtbank te Zutphen van 4 februari 1998 wordt herroepen;

II. te bepalen dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de akte van de geboorte van verzoeker zal wijzigen, aldus dat de adoptie is herroepen en te verstaan dat de wijziging geschiedt doordat aan de desbetreffende akte een latere vermelding wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 1:20 BW;

III. te bepalen dat de griffier van de rechtbank een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag zal zenden, zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

 

Rechtsmacht en toepasselijk recht

3.2.

Verzoeker woont in Nederland. De Nederlandse rechter heeft daarom rechtsmacht ten aanzien van het verzoek. 1 Aangezien verzoeker verzoekt om de herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie, is op dit verzoek Nederlands recht van toepassing. 2

 

Juridisch kader

3.3.

Een adoptie kan worden herroepen op verzoek van een geadopteerde. 3 Het verzoek kan alleen worden toegewezen als de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid van de herroeping is overtuigd en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. 4

 

Ontvankelijkheid

3.4.

Verzoeker was ten tijde van de indiening van het verzoek [X] jaar oud. Daarmee is de termijn voor herroeping van de adoptie verstreken. Verzoeker heeft in zijn verzoek echter gesteld dat het onverkort vasthouden aan de wettelijke termijn een ongerechtvaardigde inmenging vormt in zijn family life in de zin van artikel 8 EVRM.

 

3.5.

Op grond van artikel 8 EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn privéleven en zijn familie- en gezinsleven. Inmenging van enig openbaar gezag in de uitoefening van dit recht is niet toegestaan, tenzij dit bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

 

3.6.

De rechtbank is van oordeel dat het stellen van een termijn in beginsel geen ongerechtvaardigde inmenging oplevert in het door artikel 8 EVRM beschermde recht op family life. De termijn voor herroeping van een adoptie (en ook andere in de wet gestelde termijnen) is opgenomen om de rechtszekerheid te kunnen waarborgen en de belangen van betrokkenen te beschermen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wettelijke termijn vooral is opgenomen om te voorkomen dat enkel materiële en zelfs onedele motieven een rol spelen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in dit geval geen sprake. Ook is de rechtbank van oordeel dat de termijn van herroeping van een adoptie in dit geval niet noodzakelijk is ter bescherming van de rechten en vrijheden van andere betrokkenen. Degenen die rechtstreeks worden getroffen door het verzoek - in dit geval de adoptiefouders - zijn in de procedure betrokken en hebben zich ook over het verzoek kunnen uitlaten. De rechtbank is daarom van oordeel dat het in dit geval niet verenigbaar is met artikel 8 lid 2 EVRM om vast te houden aan de termijn die in de wet is gesteld om een adoptie te kunnen herroepen. Dit betekent dat verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek.

 

Inhoudelijke beoordeling

3.7.

Herroeping van een adoptie is een ingrijpende maatregel. Door herroeping houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde en de adoptieouders (en de juridische broers/zussen) op te bestaan en herleeft in beginsel de familierechtelijke betrekking met de oorspronkelijke juridische ouders. Dit heeft onder meer erfrechtelijke gevolgen. Gelet op deze ingrijpende gevolgen, is herroeping van een adoptie alleen mogelijk als het adoptiefkind hier een zwaarwegend belang bij heeft en als de rechtbank overtuigd is van de redelijkheid van de herroeping. 5

 

3.8.

In dit geval kan de rechter niet voldoende vaststellen dat daarvan sprake is. De rechtbank zal het verzoek om de adoptie te herroepen daarom afwijzen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

 

3.9.

De rechtbank heeft op basis van de overgelegde stukken niet kunnen vaststellen of en waarom herroeping van de adoptie in het belang van verzoeker is. Verzoeker heeft in het verzoekschrift enkel (kort en zonder voldoende onderbouwende stukken) gesteld dat de relatie met de adoptiefouders moeizaam is, dat verzoeker geen familiaire band met hen voelde, dat hij daarom therapie heeft gevolgd en dat er pogingen zijn gedaan om het contact te herstellen, maar dat dit niet is gelukt. Pas tijdens de zitting is duidelijk geworden hoe de adoptieprocedure is verlopen en hoe verzoeker zijn jeugd bij de adoptiefouders heeft ervaren. Zowel verzoeker als de adoptiefouders hebben aangegeven dat de adoptieprocedure lang heeft geduurd en voor alle betrokkenen ingrijpend is geweest. Zo is verzoeker bij de adoptiefouders geplaatst toen hij [X] maanden oud was, maar is de adoptie pas in 1995 uitgesproken in Zambia en in 1998 in Nederland. Volgens de adoptiefouders is verzoeker in die periode meerdere keren bij hen weggehaald om teruggeplaatst te worden in het weeshuis waar hij voorafgaand aan de adoptieprocedure verbleef. Zowel verzoeker als de adoptiefouders hebben aangegeven dat verzoeker - vermoedelijk door deze gang van zaken - gediagnosticeerd is met een hechtingsstoornis. Aangezien verzoeker tijdens zijn jeugd kampte met gedragsproblemen, hebben de adoptiefouders hulp gezocht bij Pactum, een hulpverleningsinstantie die onder meer begeleiding biedt aan adoptiegezinnen. Om een uithuisplaatsing te voorkomen verbleef verzoeker in die periode om het weekend bij een schoolvriendje. Daar kreeg hij naar eigen zeggen een andere vorm van omgang tussen een ouder en een kind te zien, die hij binnen het gezin van de adoptiefouders niet kende. In 2015 is verzoeker voor zijn studie naar [plaats] verhuisd. Hij heeft in 2018 nog een korte periode bij de adoptiefouders gewoond voor een stage in de regio, waarna hij begin 2019 weer terugging naar [plaats] . Sindsdien is het contact met de adoptiefouders volgens verzoeker drastisch verminderd en kwamen de adoptiefouders nauwelijks nog bij verzoeker langs. Toen verzoeker in 2023 een psycholoog inschakelde na een relatiebreuk, maakte dit zo veel los dat hij besefte dat er meer aan de hand was. Verzoeker heeft sindsdien in meerdere gesprekken met de adoptiefouders geprobeerd om hen duidelijk te maken wat hij tijdens zijn jeugd heeft gemist. Deze gesprekken hebben echter niet het effect gehad waar verzoeker op hoopte. In maart 2024 heeft er wederom een gesprek plaatsgevonden tussen verzoeker en de adoptiefouders. Dit gesprek is zodanig geëscaleerd dat het contact tussen verzoeker en de adoptiefouders sindsdien volledig is verbroken. Verzoeker heeft vervolgens in 2025 een voornaamswijziging verzocht en hoopt binnenkort ook zijn achternaam te kunnen wijzigen.

 

3.10.

Verzoeker heeft tijdens de zitting meerdere keren aangegeven dat hij zich altijd 'anders voelde' en nooit volledig onderdeel uitmaakte van het gezin van de adoptiefouders. De adoptiefouders hebben dit tijdens de zitting ook erkend en daarbij aangegeven dat zij destijds door de betrokken hulpverleningsinstanties het advies hebben gekregen om niet te veel affectie naar verzoeker te tonen. De rechtbank wil benadrukken dat het invoelbaar is dat verzoeker daardoor niet altijd de warme familieband heeft ervaren waar hij wel behoefte aan had. Ook kan de rechtbank zich voorstellen dat de band tussen verzoeker en de adoptiefouders door het verschil in visie over de opvoeding verstoord is geraakt. Tegelijkertijd kan de rechtbank niet enkel op basis van dit visieverschil vaststellen dat herroeping van de adoptie kennelijk in het belang van verzoeker is. Herroeping van de adoptie heeft tot gevolg dat de familierechtelijke banden tussen verzoeker en de adoptiefouders volledig worden verbroken. Voor de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat dit een oplossing vormt voor de klachten waar verzoeker mee kampt. Er zijn ook geen stukken overgelegd waaruit wel voldoende blijkt dat dit het geval is. Verzoeker heeft weliswaar in het verzoekschrift gesteld dat hij de afgelopen jaren therapie heeft gevolgd, maar tijdens de zitting is duidelijk geworden dat deze therapie tot nu toe voornamelijk was gericht op het verhelpen van zijn slaapproblemen. Kort voor de indiening van het verzoekschrift heeft verzoeker daarnaast hulp gezocht voor eventuele klachten die voortkomen uit de adoptie, maar deze hulp is tot nu toe nog niet opgestart. Daarmee is het voor de rechtbank niet duidelijk of de klachten die verzoeker ervaart daadwerkelijk voortkomen uit de adoptie, of herroeping van de adoptie bijdraagt aan vermindering van die klachten en daarmee ook of herroeping van de adoptie wel in het belang van verzoeker is. Ook de door verzoeker overgelegde appberichten hebben de rechtbank niet van de redelijkheid van de herroeping van de adoptie overtuigd. Zo heeft verzoeker gesteld dat de adoptiefouders in een app-bericht aangeven dat zij hem niet zullen informeren als één van hen iets overkomt, maar blijkt dit niet uit de app-berichten die verzoeker aan de rechtbank heeft overgelegd. Bovendien hebben de adoptiefouders tijdens de zitting aangegeven dat zij het contact met verzoeker juist heel graag willen herstellen en dat zij er ook voor openstaan om daar hulp bij te krijgen.

 

3.11.

Vaststaat dat er in het geval van verzoeker en de adoptiefouders sprake is van een verdrietige situatie. Hun onderlinge verstandhouding is door het verschil in visie en verwachtingen verstoord geraakt en ook hun wensen en behoeften kwamen niet altijd overeen. Op basis van de stukken die in deze procedure zijn ingediend en de toelichting daarop, kan de rechtbank echter niet vaststellen dat verzoeker daardoor een zwaarwegend belang heeft bij herroeping van de adoptie. De rechtbank zal het verzoek om de adoptie te herroepen daarom afwijzen. Daardoor komt de rechtbank niet meer toe aan de verzoeken die zien op de wijziging van de geboorteakte. Ook deze verzoeken worden daarom afgewezen.

 

4Beslissing

 

De rechtbank:

 

4.1.

wijst alle verzoeken af.

 

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Oude Lohuis, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. I.Y. Demes, griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

 

  
   
   

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

  

Translated text(1 The course of the proceedings
1.1.

The petitioner submitted a petition with attachments, which was received by the court on October 2, 2025.

1.2.

The hearing took place on December 9, 2025. The petitioner, the petitioner's lawyer, and the adoptive parents were present.

2 The facts
2.1.
The petitioner was born on [date] in [place], Zambia.

2.2.
By order of the High Court for Zambia (district [place]) of January 11, 1995, it was determined (among other things) that the adoptive parents are authorized to adopt the petitioner. In that order, it was also determined that the petitioner shall henceforth bear the name '[name]'.

2.3.
The petitioner has been registered at the address of the adoptive parents in the Netherlands since [date] 1995.

2.4. By order of the District Court of Zutphen dated 4 February 1998, the adoption of the petitioner by the adoptive parents was pronounced and it was established that the adoptive parents declared that the petitioner would bear the surname of the adoptive father.

2.5.
On [date] 2025, the petitioner changed his name from ' [first name] ' to ' [first name] '.

3 The petition, the positions and the assessment thereof
3.1.
The petitioner requests the court to order, insofar as possible enforceable provisionally:

I. to determine that the adoption of the petitioner by the adoptive parents as pronounced in the order of the District Court of Zutphen dated 4 February 1998 be revoked;

II. to order that the Registrar of Civil Status of the Municipality of The Hague amend the applicant's birth certificate in such a way that the adoption is revoked, and to understand that the amendment is effected by the addition of a subsequent entry to the relevant certificate in accordance with Article 1:20 of the Dutch Civil Code;

III. to order that the Clerk of the District Court send a copy of the decision to the Registrar of Civil Status of the Municipality of The Hague as soon as the decision has become final and binding.

Jurisdiction and applicable law

3.2.
The applicant resides in the Netherlands. The Dutch court therefore has jurisdiction regarding the application. 1 Since the applicant requests the revocation of an adoption pronounced in the Netherlands, Dutch law applies to this application. 2

Legal framework

3.3.
An adoption may be revoked at the request of an adopted person. 3 The request can only be granted if the revocation is in the evident interest of the adopted person, the court is convinced of the reasonableness of the revocation, and the request is submitted no earlier than two years and no later than five years after the day on which the adopted person reached the age of majority. 4

Admissibility

3.4.
At the time of submitting the request, the applicant was [X] years old. Consequently, the time limit for revocation of the adoption has expired. However, in his request, the applicant has argued that strictly adhering to the statutory time limit constitutes an unjustified interference with his family life within the meaning of Article 8 ECHR.

3.5.
Pursuant to Article 8 ECHR, everyone has the right to respect for his private life and his family life. Interference by any public authority in the exercise of this right is not permitted, unless provided for by law and is necessary in a democratic society in the interest of national security, public safety or the economic well-being of the country, the prevention of disorder and criminal offences, the protection of health or morals, or for the protection of the rights and freedoms of others.

3.6.

The Court is of the opinion that setting a time limit does not, in principle, constitute an unjustified interference with the right to family life protected by Article 8 of the ECHR. The time limit for the revocation of an adoption (and also other time limits set by law) has been included to ensure legal certainty and to protect the interests of the parties involved. Parliamentary history shows that the statutory time limit was included primarily to prevent purely material and even ignoble motives from playing a role. In the Court's opinion, this is not the case here. The court is also of the opinion that the time limit for the revocation of an adoption is not necessary in this case to protect the rights and freedoms of other parties involved. Those directly affected by the request – in this case, the adoptive parents – are involved in the proceedings and have also had the opportunity to express their views on the request. The court is therefore of the opinion that, in this case, it is incompatible with Article 8 paragraph 2 of the ECHR to adhere to the time limit set by law for revoking an adoption. This means that the petitioner is admissible in his request.

Substantive assessment

3.7.

Revocation of an adoption is a far-reaching measure. Through revocation, the family law relationship between the adopted child and the adoptive parents (and the legal siblings) ceases to exist.

to exist and, in principle, the family law relationship with the original legal parents is revived. This has consequences regarding inheritance law, among other things. In view of these far-reaching consequences, revocation of an adoption is only possible if the adopted child has a compelling interest in doing so and if the court is convinced of the reasonableness of the revocation. 5

3.8.
In this case, the judge cannot sufficiently establish that this is the case. The court will therefore reject the request to revoke the adoption. It explains below why it is making this decision.

3.9.
Based on the documents submitted, the court has not been able to determine whether and why revocation of the adoption is in the applicant's interest. In the petition, the applicant merely stated (briefly and without sufficiently substantiated documents) that the relationship with the adoptive parents is difficult, that the applicant felt no familial bond with them, that he therefore underwent therapy, and that attempts were made to restore contact, but that this was unsuccessful. It was only during the hearing that it became clear how the adoption procedure unfolded and how the petitioner experienced his childhood with the adoptive parents. Both the petitioner and the adoptive parents indicated that the adoption procedure took a long time and was profound for all involved. For instance, the petitioner was placed with the adoptive parents when he was [X] months old, but the adoption was not finalized until 1995 in Zambia and 1998 in the Netherlands. According to the adoptive parents, the petitioner was removed from their care several times during that period to be returned to the orphanage where he resided prior to the adoption procedure. Both the petitioner and the adoptive parents indicated that the petitioner was diagnosed with an attachment disorder—presumably due to this course of events. Since the petitioner struggled with behavioral problems during his childhood, the adoptive parents sought help from Pactum, a care agency that provides guidance to adoptive families, among other things. To prevent out-of-home placement, the petitioner stayed with a school friend every other weekend during that period. There, according to his own account, he witnessed a different form of interaction between a parent and a child that he was unfamiliar with within the adoptive parents' family. In 2015, the petitioner moved to [place] for his studies. In 2018, he lived with the adoptive parents for a short period for an internship in the region, after which he returned to [place] in early 2019. Since then, according to the petitioner, contact with the adoptive parents has drastically diminished, and the adoptive parents hardly visited him anymore. When the petitioner engaged a psychologist in 2023 following a relationship breakdown, this stirred up so much emotion that he realized there was more going on. Since then, the petitioner has attempted in multiple conversations with the adoptive parents to make clear to them what he missed during his childhood. However, these conversations did not have the effect the petitioner had hoped for. In March 2024, another conversation took place between the petitioner and the adoptive parents. This conversation escalated to such an extent that contact between the petitioner and the adoptive parents has been completely severed since then. The petitioner subsequently requested a change of first name in 2025 and hopes to be able to change his surname soon as well.

3.10.
During the hearing, the petitioner indicated on several occasions that he always felt 'different' and was never fully part of the adoptive parents' family. The adoptive parents also acknowledged this during the hearing and stated that they had received advice from the relevant care agencies at the time not to show too much affection towards the petitioner. The Court wishes to emphasize that it is understandable that, as a result, the petitioner did not always experience the warm family bond he needed. The Court can also imagine that the bond between the petitioner and the adoptive parents has been strained due to the difference in vision regarding upbringing. At the same time, the Court cannot determine solely on the basis of this difference in vision that revocation of the adoption is clearly in the petitioner's interest. Revocation of the adoption results in the complete severance of the family law ties between the petitioner and the adoptive parents. It has not been sufficiently established before the Court that this constitutes a solution to the complaints the petitioner is suffering from. Nor have any documents been submitted that sufficiently demonstrate that this is the case. Although the petitioner stated in the application that he has undergone therapy in recent years, it became clear during the hearing that this therapy has so far been primarily aimed at resolving his sleep problems. Furthermore, shortly before the submission of the application, the petitioner sought help for potential complaints arising from