Congolese Police raids Belgian orphanage

www.hln.be
February 2016

Flashback naar een paar dagen voordien, in Kinshasa. Onze zoektocht naar de biologische ouders van de drie meisjes die als weesjes werden gepresenteerd in ons land had ons aanvankelijk naar mensenrechtenorganisatie Rodhecic geleid. De baas ervan, Paul Kabeya Mukenge, bekommert zich al véle jaren over de kinderhandel. En al éven lang viseert hij Julienne Mpemba, een Belgisch-Congolese juriste die via een weeshuis in Kinshasa de kinderen levert. “De drie meisjes kwamen uit Gemena, een stad in Zuid-Ubangi, in het noorden van de Democratische Republiek Congo”, aldus Paul. “Maar ze waren niet alleen. Er was een jongetje bij. Een excuuskind, want het weeshuis had liever meisjes.” Nadat mensenrechtenorganisatie Rodhecic samen met Planète Junior - de jongerenorganisatie die de kinderen de vakantie aanbood, maar zich misbruikt voelde door het weeshuis - een klacht indiende, viel de politie in februari 2016 binnen in weeshuis Tumaini. De kinderen waren dan al een half jaar spoorloos. “In het weeshuis vonden we twintig kinderen en twee vrouwelijke begeleiders. De omstandigheden waren vreselijk. Ze sliepen op dekentjes op de grond, tussen uitwerpselen. Onder de kinderen: Jacques Kumale Matiace, het jongetje uit Gemena. Hij was zéér zwaar ondervoed en getraumatiseerd. Maar van de drie meisjes: geen spoor. ”